Een bijzonder programma dat Naomi en ik spelen is getiteld "The Soviet Saxophone". Dit programma bestaat uit stukken voor saxofoon en piano geschreven door Russische componisten tijdens het voormalige Sovjet bewind. Een paar stukken zijn echter geschreven door dezelfde componisten, maar nadat ze de Sovjet Unie ontvlucht zijn.
We hebben ook onlangs een nieuwe CD opgenomen getiteld "The Soviet Saxophone". Klik hier voor meer informatie.
Het was altijd een hachelijke onderneming om componist te zijn tijdens het Sovjet bewind, maar de postitie van de saxofoon was extra moeilijk, omdat het een ´fout´ bourgeois instrument was.
Tijdens het bewind van Stalin werden vele mensen onderdrukt, dit gebeurde als ze afwijkende politieke meningen hadden, bij een etnische minderheid behoorden, of teveel door het westen beïnvloed werden. Er konden eigenlijk allerlei redenen zijn. Ook de mensen die niet zoveel te vrezen hadden moesten toch oppassen.
Het was namelijk zo dat in de voormalige Sovjet-Unie alles, en dus ook muziek, gecontroleerd werd. Voor componisten was er een bond, de "Unie van Sovjet Componisten" die alles in de gaten hield. Deze unie bepaalde niet alleen welke muziek er uitgevoerd en gepubliceerd mocht worden, maar regelde ook dingen als: vakantie, huisvesting, werk, muziekpapier, etc. Als je geen lid was van deze bond was het zeer moeilijk om te overleven. Deze bond was al in de jaren 30 opgericht, omdat de regering een grotere invloed wilde op het muzikale leven in de Sovjet-Unie. Dergelijke verenigingen bestonden ook voor bijvoorbeeld film en literatuur.
Het doel was om ervoor te zorgen dat nieuwe composities bijdroegen aan de ontwikkeling van de Sovjetrepubliek, dat ze door het volk, het proletariaat, begrepen konden worden. Dit betekende dat op de een of andere manier een nieuw werk de gevoelens en gemoedstoestanden van het volk moest uitdrukken. Als een compositie te persoonlijk was, werd hij meestal verboden of niet uitgevoerd. In deze periode was er nauwelijks contact met het Westen, en men was dus niet op de hoogte van de culture en muzikale ontwikkelingen aldaar.
Stalin bemoeide zich ook persoonlijk met componisten en hun composities. Een bekend voorbeeld hiervan is Sjostakovich' opera "The Lady Macbeth from Mtensk". Toen Stalin deze opera eenmaal had gezien (en hem niet goed vond) werd hij niet alleen verboden, maar werd Sjostakovich zelf ook publiekelijk aangevallen, bekritiseerd en vernederd. Hij vreesde zelfs voor zijn leven, want het was niet ongebruikelijk dat kunstenaars die in ongenade vielen naar een kamp in Siberië werden gestuurd, of zelfs werden geëxecuteerd. Sjostakovich had altijd een koffertje met kleren klaar staan bij de deur, want hij was doodsbang dat ze hem 's nachts kwamen halen.
Deze situatie duurde eigenlijk voort tot de dood van Stalin op 5 maart 1953. Vanaf die datum werden de teugels iets gevierd, niet alleen voor kunstenaars, maar voor alle mensen in de Sovjet Unie. Al snel kwam Chroesjtsjov aan de macht en toen begon een periode die ook wel de "Chroesjtsjov dooi" wordt genoemd.
Langzaamaan werden er weer contacten met het Westen aangeknoopt en kwamen er culturele uitwisselingen op gang.
Het was in deze tijd (jaren zestig) dat er nieuwe 'moderne' componisten kwamen als Alfred Schnittke, Sofia Gubaidulina en Edison Denisov. Zij hadden het erg moeilijk omdat hun muziek niet voldeed aan de norm, maar te modern en Westers werd bevonden. Het was in die tijd niet meer levensgevaarlijk als je muziek teveel afweek, wel zorgde het ervoor dat je een moeilijk leven had. Denisov gaf bijvoorbeeld les op het conservatorium van Moskou, maar mocht daar geen compositielessen geven.
Men was bevreesd dat hij een slechte invloed zou hebben op de studenten. Daarom gaf hij instrumentatielessen. Wat hij wel deed was informele bijeenkomsten met de studenten organiseren, waarbij ze dan nieuwe (Westerse) muziek bestudeerden. Onder zijn leerlingen bevonden zich ook Dmitri Smirnov en Nikolai Korndorf, zij hebben beiden veel voor saxofoon geschreven. In die tijd was eindelijk de muziek van Sjostakovich en Prokofiev officieel helemaal goedgekeurd. Jonge componisten werden zelfs aangemoedigd om in dezelfde stijl te schrijven. Ook omdat Sjostakovich nog leefde en een enorme invloed uitoefende op jongere componisten, was het voor compositiestudenten erg moeilijk hun eigen stijl te vinden.
In de jaren zeventig was er in Moskou een club van jonge Russische componisten die zich afgekeerd hadden van de 'officiële', meer gangbare manier van componeren. Zij verenigden zich in de "Association of Contemporary Music". Zowel Denisov als Smirnov en Korndorf waren lid van deze vereniging.
De "Association of Contemporary Music" begon als een vriendenclub, elke week ontmoetten de componisten elkaar in het flatje van Smirnov en zijn vrouw Elena Firsova (ook componiste). Ze bespraken dan hun nieuwe werken, planden uitvoeringen, legden contact met westerse artiesten en verzorgden uitgaven van hun eigen werk. Ze richtten ook een eigen ensemble op dat hun nieuwe composities uitvoerde. Denisov hoorde ook bij de ACM, hij was niet slechts leraar maar ook hun vriend en mentor.
Zoals hierboven al genoemd werd, vonden er steeds meer uitwisselingen plaats met het Westen, en het was Denisov die de Franse saxofonist Jean-Marie Londeix uitnodigde in Moskou. In de Sovjet-Unie werd de saxofoon niet serieus genomen en werd niet veel gebruikt, het was zelfs een beetje een verdacht instrument, het werd namelijk geassocieerd met de decadente westerse bourgeoisie. Dat betekende ook dat de jazz al helemaal niet door de beugel kon.
Daarom werd er geen serieuze muziek voor de saxofoon geschreven, en was men ook niet bekend met de mogelijkheden ervan en moderne technieken zoals kwarttonen, multiphonics, slap-tong, etc. Londeix heeft die verschillende mogelijkheden gedemonstreerd en de componisten geïnspireerd voor de saxofoon te schrijven.
Er was ook een Russische saxofonist, Lev Mikhailovich, die zich bezighield met hedendaagse muziek en veel compositieopdrachten verstrekte. De stukken van Smirnov en Korndorf zijn voor hem geschreven.
Bijna alle componisten op onderstaande foto hebben werken saxofoon geschreven, waarvan Naomi en ik de werken van een aantal van hen, Denisov, Smirnov, Korndorf, Shoot en Karaev zelf met veel plezier hebben uitgevoerd. De muziek van deze groep componisten is zeer de moeite waard en ik hoop dat ze in de toekomst meer in Nederland uitgevoerd zal worden.
Staand (links naar rechts): Viktor Ekimovski, Yuri Kasparov, Leonid Hrabovsky, Pierre Boulez, Faradj Karaev, Vladimir Tarnopolski, Vladislav Shoot. Zittend: Edison Denisov, Elena Firsova, Alexander Voustin en Dmitri Smirnov.
Ons programma "De Sovjet Saxofoon" bestaat uit de volgende stukken:
Sommige stukken kunnen beluisterd worden door ze aan te klikken
Deze samples zijn afkomstig van de nieuwe CD "The Soviet Saxophone", klik hier voor meer informatie en hoe hem te bestellen.
Dmitri Smirnov (1948)
Ballade (1982, altsaxofoon en piano)
Twelve Melancholic Waltzes (1985/2005)
Nr. 12 December Elegy
Vladislav Shoot(1941)
Miniature Partita (1987)
Faradj Karayev(1943)
Alla Valse, voor sopraansaxofoon en piano
Vladislav Shoot
Scherzo
Nikolaj Korndorf(1947-2001)
Monolog und Ostinato (1978)
-----
Sergej Prokofiev(1891-1953)
Sonate nr. 2 Op. 94 (1942-1944)
Moderato
Presto
Andante
Allegro con brio
De componist Sergei Prokofiev overleed op dezelfde dag als Stalin, waardoor zijn dood een tijd onopgemerkt bleef. Hij had echter ook een moeilijke tijd in de Sovjet Unie gehad. In de jaren '30 had hij de beslissing genomen, na een lang verblijf in Europa, om zich toch weer in de Sovjet Unie te vestigen. Hij meende dat hij daar meer succes zou hebben en beter uit de voeten zou kunnen. Al snel kwam hij erachter dat het leven er toch zeer moeilijk was. Zijn Fluitsonate op. 94 schreef hij in 1943, tijdens de 2e wereldoorlog dus. Later bewerkte hij hem, in samenwerking met David Oistrach, voor viool.